Blog

Wanneer is een Sportparkmanager de oplossing, en wanneer nog niet?

Door Natasja Heijink

Wanneer een sportparkmanager nodig is: een onderbenut sportpark op een doordeweekse middag, met een figuur met klembord tussen twee clubgebouwen

De vraag of een sportpark een sportparkmanager nodig heeft, komt zelden uit het niets. Meestal speelt er al een tijd iets voordat iemand die vraag hardop stelt. Drie signalen komen daarbij steeds terug.

Meerdere verenigingen, geen centraal aanspreekpunt

Waar meerdere verenigingen naast elkaar zitten, ontstaat op enig moment de wens om krachten te bundelen: gezamenlijke inkoop, gedeeld beheer van de kantine, of simpelweg een aanspreekpunt in plaats van drie besturen die ieder hun eigen belang behartigen. Zodra die wens er is, blijkt een aparte verbindende rol vaak de enige manier om hem van de grond te krijgen. Onderzoek bevestigt dat beeld: sportparkmanagers richten zich vooral op een betere benutting van het sportpark, brengen partijen samen en leggen verbindingen met bedrijven, scholen en wijkinitiatieven (Mulier Instituut, 2025).

Overdag leeg, terwijl het beheer zwaarder wordt

Sportpark Galecop in Nieuwegein laat die combinatie goed zien. Daar sporten ongeveer 2.000 leden bij vier verenigingen: een voetbal-, atletiek-, honk- en softbal- en rugbyvereniging. Het park stond overdag grotendeels leeg, terwijl het onderhoud steeds meer bij de verenigingen zelf kwam te liggen, precies op het moment dat er te weinig vrijwilligers voor waren (Allesoversport, 2020).

Twee dingen aan dat voorbeeld zijn instructief. Het initiatief kwam niet van de gemeente maar van de vier voorzitters samen, die de gemeente met een gezamenlijk voorstel benaderden. En de aanleiding was een bezuinigingsopdracht: de gemeente moest in 2014 ongeveer 15 procent op sport bezuinigen, en riep de verenigingen bijeen om de mogelijkheden te verkennen. De sportparkmanager kwam voort uit die zoektocht, niet uit extra budget (Allesoversport, 2020). De financiering werd gedeeld: de verenigingen brachten een deel van het salaris op, de gemeente vulde dat drie jaar aan.

Een structurele opgave, geen los project

Dat brengt de bruikbaarste toets in beeld. Gaat het om een paar uur ondersteuning bij een evenement, dan is een sportparkmanager niet het antwoord. Gaat het om een terugkerende opgave die het bestuur van een vereniging overstijgt, en is er een constructie waarin meerdere partijen meebetalen, dan meestal wel. Zonder die tweede voorwaarde blijft het bij een goed idee.

Waar de rek eruit gaat

Wij komen op sportparken waar de wens voor een sportparkmanager wordt uitgesproken zonder dat iemand de vraag stelt wie hem betaalt en wie zijn opdrachtgever wordt. Het gesprek gaat dan over het profiel en over de taken, en strandt zodra de begroting op tafel komt. Dat is zelden iemands fout. Verenigingen kunnen zich zo'n post niet los veroorloven en een gemeente kan moeilijk een functie financieren waarvan het rendement bij vier private partijen neerslaat; het gat zit in de constructie, niet in de wil.

Wij zoeken daarom eerst uit of de opgave structureel genoeg is en welke constructie hem kan dragen, voordat het over een profiel gaat. Werven en plaatsen doen wij niet; dat is aan de gemeente, een stichting of het samenwerkingsverband van verenigingen.

Twijfel je of je sportpark toe is aan zo'n rol, of juist nog niet? Wij van Sportgrond helpen die vraag scherp te krijgen, als onderdeel van de governance en parkorganisatie en niet als losse vacature.

Een Sportpark heeft net zo goed een regisseur nodig als een gemeente

Lees meer over onze aanpak

Neem contact op