De losse onderdelen van een sportparkontwikkeling zijn bij de meeste gemeenten wel bekend: een startnotitie, een visie, een haalbaarheidsonderzoek, procesbegeleiding, sportparkmanagement. Wat vaker ontbreekt is de volgorde. En juist die volgorde bepaalt of een traject eindigt met een besluit of met een rapport.
Van eerste vraag naar startnotitie
Een traject begint zelden met een scherpe vraag. Meestal begint het met een signaal: dit sportpark loopt ergens tegenaan, en niemand kan precies benoemen waar. Voordat er onderzoek of een visie kan komen, moet die vraag scherp. Dat is wat een startnotitie doet: geen plan van aanpak en geen visie, maar de vraag, het afwegingskader en de sturingsrichtingen waarover een raad straks een besluit neemt.
Van startnotitie naar sportparkvisie
Zodra de vraag vaststaat, volgt de richting. Een sportparkvisie is een onderbouwde en gedragen richting voor wat een sportpark op langere termijn moet kunnen zijn, inclusief wat het uitdrukkelijk niet wordt. Zonder die richting ontstaat het bekende patroon van losse investeringen die elkaar op termijn in de weg zitten.
Van visie naar haalbaarheidsonderzoek
Een gekozen richting is nog geen zekerheid. Een haalbaarheidsonderzoek voor een Sportpark toetst of die richting ruimtelijk, financieel en organisatorisch uitvoerbaar is. Niet te vroeg, want dan levert het een rapport met te veel scenario's op, en niet te laat, want dan wordt het een rechtvaardiging van een besluit dat al genomen is.
Van onderzoek naar ontwikkelstrategie en besluit
Het sluitstuk is een ontwikkelstrategie: een onderbouwd verhaal waarmee college en raad een keuze kunnen maken over richting, investeringen en vervolgstappen. Geen eindontwerp en geen uitvoeringsplan, wel het perspectief waarop een besluit kan rusten.
Waar trajecten uit de fasering lopen
Wij komen op sportparken waar drie van de vier fasen keurig zijn doorlopen en het traject alsnog stilvalt, meestal tussen twee fasen in. Het onderzoek is opgeleverd, iedereen vindt het een goed rapport, en er is geen moment belegd waarop iemand de volgende stap moet zetten. Dat is zelden iemands fout. Elke fase heeft een eigen opdracht, een eigen budget en soms een eigen bureau, terwijl de overgang ertussen van niemand is.
Wij bewaken daarom niet de fasen maar de overgangen: wat er aan het eind van een fase moet liggen om de volgende te kunnen starten, en wie daar op dat moment een besluit over neemt. Dat is precies waar ons ontwikkel- en regietraject om is opgebouwd, van de eerste startnotitie tot de ontwikkelstrategie waarop een raad kan besluiten.
Staat je sportpark aan het begin van dit traject, of ergens middenin? Wij van Sportgrond denken graag mee over welke fase nu aan de orde is, en vooral over de overgang die daarna komt.
Iedereen wil een visie voor het Sportpark. Bijna niemand legt uit wat dat eigenlijk is.
