Een lekkend dak boven de kleedkamers, drie maanden lang niets. Niet omdat niemand het zag, maar omdat drie partijen alle drie dachten dat een ander aan zet was.
De gemeente ging ervan uit dat het sportbedrijf onderhoud regelt. Het sportbedrijf ging ervan uit dat de vereniging klachten meldt bij de juiste partij. De vereniging ging ervan uit dat een lekkend dak nu eenmaal bij de gemeente hoort. Drie redelijke aannames.
Waarom dit zo vaak misgaat
Omdat "wie is van het sportpark" zelden één antwoord heeft. Eigendom van de grond ligt meestal bij de gemeente, tenzij de accommodatie ooit is geprivatiseerd. Exploitatie en beheer liggen vaak bij een sportbedrijf, een aparte stichting, of bij de gemeente zelf. Dagelijks gebruik en een deel van het feitelijke beheer liggen bij de verenigingen.
Drie lagen, drie partijen, en zelden een document waarin staat waar de ene laag ophoudt en de volgende begint.
Vraagt dat om een dikker contract?
Niet per se. Een contract met alle taken tot in detail uitgeschreven lost dit zelden op, want de situatie verandert sneller dan het contract wordt bijgewerkt.
Wat wel helpt is een gesprek over de vragen die er echt toe doen. Wie beslist over investeringen boven een bepaald bedrag. Wie is eerste aanspreekpunt bij een storing. Wie heeft het laatste woord als twee verenigingen dezelfde ruimte claimen. Dat zijn organisatorische afspraken, geen juridische.
Wat is de rol van de gemeente zelf?
Kaderstellend en eindverantwoordelijk, niet uitvoerend. Een gemeente die in de dagelijkse gang van zaken stapt, ontneemt het sportbedrijf of de vereniging de ruimte om die rol te vervullen. Een gemeente die zich volledig terugtrekt, laat een leegte ontstaan die niemand opvult.
De gezonde positie zit ertussenin: heldere kaders vooraf, vertrouwen op de uitvoerende partijen, en een duidelijk escalatiepad voor als het vastloopt.
En de vereniging?
Die is gebruiker, niet automatisch beheerder, ook al voelt een sportpark na jaren vaak wel zo. Dat gevoel is waardevol en zorgt voor betrokkenheid. Het wordt een probleem zodra betrokkenheid wordt verward met eigenaarschap.
Wat wij hierin zien
Wij komen op sportparken met een heldere ontwikkelrichting en een onduidelijke rolverdeling. Dat loopt op termijn alsnog vast, want elk plan komt vroeg of laat aan bij de vraag wie iets uitvoert en wie het betaalt.
Daarom kijken wij eerst naar die rolverdeling, voordat we over ontwikkelrichting of investeringen praten. Vaak blijkt een vaste, verbindende rol nodig om het structureel op te lossen.
Herken je dit patroon, waarbij niemand precies weet wie waarover gaat totdat er iets misgaat? Wij van Sportgrond helpen dat graag scherp krijgen voordat het probleem zich aandient.
Een Sportpark heeft net zo goed een regisseur nodig als een gemeente
