Blog

Sociale veiligheid op je sportaccommodatie staat steeds vaker in de huurovereenkomst

Door Natasja Heijink

Sociale veiligheid op een sportpark: een jonge speler loopt alleen over een leeg plein tussen twee verlichte clubgebouwen

Sociale veiligheid geldt in de meeste gemeenten als iets van de vereniging: een vertrouwenscontactpersoon, gedragsregels, een VOG voor vrijwilligers. De gemeente ondersteunt, adviseert en betaalt soms een cursus, maar de verantwoordelijkheid ligt bij het bestuur.

Op een aantal plekken is dat aan het verschuiven, en die verschuiving raakt de accommodatie.

Van ondersteuning naar voorwaarde

In Amsterdam geldt dat alle sportclubs die een samenwerkingsrelatie met de gemeente hebben, voldoen aan de basiseisen sociale veiligheid. Onder zo'n relatie valt onder meer het hebben van een huurovereenkomst met de gemeente voor het gebruik van sportvelden (Gemeente Amsterdam).

Elders is de consequentie expliciet benoemd: in het uiterste geval kan de gemeente besluiten de ondersteuning te stoppen, waarbij onder ondersteuning ook wordt verstaan dat er gebruik wordt gemaakt van gemeentelijke accommodaties (SportSupport).

Dat is een wezenlijk andere positie dan adviseren. Het maakt van sociale veiligheid een gebruiksvoorwaarde, en daarmee onderdeel van het accommodatiebeleid in plaats van het verenigingsbeleid.

Wat dat praktisch betekent op een sportpark

Zolang één vereniging op één park zit, is de lijn helder: de club voldoet aan de eisen of niet. Op een park met drie of vier gebruikers ligt dat anders.

De velden zijn gedeeld, de kantine soms ook, en er lopen mensen rond die bij een andere vereniging horen dan degene die op dat moment traint. Wie is dan aanspreekbaar als er iets gebeurt in de gedeelde ruimte? De club die het veld huurt, de club die de kantine beheert, of de gemeente als eigenaar?

Datzelfde geldt bij openstelling. Zodra het hek open is voor niet-leden, komen er mensen op het park waarvoor geen enkele vereniging verantwoordelijk is, op momenten dat er geen bestuurder aanwezig is. De vertrouwenscontactpersoon van een club is voor hen geen aanspreekpunt.

Waar de voorwaarde blijft steken

Wij komen op sportparken waar elke vereniging keurig een vertrouwenscontactpersoon heeft aangesteld en waar niemand kan zeggen wie er gaat over de gedeelde ruimtes. Ieder bestuur heeft zijn eigen huis op orde, en het park daartussenin is van niemand. Dat is zelden iemands fout. De basiseisen zijn geschreven voor een vereniging met leden en een bestuur, niet voor een terrein met meerdere gebruikers en wisselende aanwezigheid; er bestaat simpelweg geen model dat op parkniveau werkt.

Wij nemen die vraag daarom mee in de beheerafspraken en niet in het verenigingsbeleid: welke ruimtes zijn gedeeld, wie is er op welk moment aanwezig, en bij wie komt een melding binnen als het buiten de trainingsuren gebeurt. Voor de inhoud van gedragscodes en meldprotocollen zijn de bonden en het Centrum Veilige Sport de aangewezen partijen; wat wij regelen is dat er een aanspreekpunt is voor het park als geheel.

Voor een gemeente die sociale veiligheid als voorwaarde stelt, is dat de logische vervolgvraag. Een eis in een huurovereenkomst werkt alleen als er iemand is die eraan kan voldoen. Stelt jouw gemeente dit soort voorwaarden, of overweeg je dat? Wij van Sportgrond zorgen dat de afspraken op parkniveau erop aansluiten.

Openstellen verandert niet alleen het gebruik, maar ook de zorgplicht

Lees meer over onze aanpak

Neem contact op