Op de meeste sportparken ligt ergens een verzekeringspolis die al jaren niet is aangepast. Het gebruik van het park is in diezelfde jaren wel veranderd: er lopen mensen rond die geen lid zijn, er wordt buiten trainingstijden gesport, en misschien staat het hek tegenwoordig gewoon open. Zodra een bestuur dat hardop benoemt, komt bijna altijd dezelfde vraag: en als er nu iemand valt?
Aansprakelijkheid volgt eigendom, niet gebruik
Voor roerende zaken zoals hekken, voertuigen en gereedschap is de eigenaar op grond van artikel 6:173 BW aansprakelijk als de zaak niet voldoet aan de eisen die eraan mogen worden gesteld en daardoor een bijzonder gevaar oplevert. Voor onroerende zaken en opstallen, zoals terreinen, gebouwen, tribunes, afrasteringen en lantaarnpalen, geldt hetzelfde via artikel 6:174 BW. Dat is risicoaansprakelijkheid: het geldt ook als de eigenaar niet van het gebrek wist (NOC*NSF, Handboek Wet- en Regelgeving).
Op veel sportparken is dat geen enkelvoudig antwoord. De gemeente bezit de grond, de vereniging het clubgebouw, en over de dug-outs, de hekwerken en de verlichting bestaat soms oprechte onduidelijkheid. Zolang alleen leden het park gebruiken, komt dat zelden aan het licht. Zodra er onbekenden rondlopen, wel.
De lat ligt hoger op een publiek toegankelijke plek
Het tweede punt is dat aansprakelijkheid niet ophoudt bij de leden. Een losliggende tegel waarover een supporter ten val komt is het klassieke voorbeeld, net als een hek dat omvalt. En de eisen die worden gesteld aan een voor het publiek toegankelijke ruimte, zoals een sportterrein, zijn hoger dan die aan een eigen achtertuin. Het maakt dus uit of iemand thuis over een losse tegel struikelt of op het sportpark (NOC*NSF, Handboek Wet- en Regelgeving).
Openstelling vergroot de kring van mensen die daaronder vallen, en verandert ook de aard ervan. Leden weten waar de losse tegel ligt en dat het achterste veld na regen glad is. Een wijkbewoner die voor het eerst binnenloopt, weet dat niet. In het aansprakelijkheidsrecht wordt bij dit soort gevaarsituaties bovendien meegewogen hoe waarschijnlijk het is dat iemand niet oplet, en bij kinderen is die waarschijnlijkheid groter dan bij volwassenen. Dat is precies de groep die er bij openstelling bij komt, op momenten dat er geen trainer of beheerder aanwezig is.
Wat dit praktisch betekent
Het betekent niet dat openstelling onverantwoord is. Het betekent dat openstelling een besluit is met gevolgen voor beheer, onderhoud en verzekering, en niet alleen voor beleid. Bij elk traject komen dezelfde vragen terug. Wie is eigenaar van welk deel van het park? Welke delen zijn open en welke aantoonbaar afgesloten? Hoe vaak wordt er geschouwd op gebreken, en wordt dat vastgelegd? Sluit de bestaande polis nog aan bij het feitelijke gebruik? En heeft de gemeente een collectieve vrijwilligersverzekering waar de vereniging bij kan aansluiten?
Polisvoorwaarden, dekkingsvragen en aansprakelijkheidsconstructies zijn werk voor verzekeringsadviseurs en juristen, en die verschillen bovendien per verzekeraar. Die worden ingeschakeld zodra duidelijk is wat er feitelijk verandert aan het gebruik. Wat daaraan voorafgaat is de inventarisatie: wie bezit wat, wat gaat er open, en wie is er op welk moment aanwezig. Zonder dat overzicht is er niets zinnigs te verzekeren.
Wat er dan pas boven tafel komt
Wij komen op sportparken waar het hek al twee jaar openstaat en waar niemand kan aanwijzen wie eigenaar is van de verlichting langs het pad. Meestal blijkt dat pas als er iets gebeurt, of als de verzekeraar ernaar vraagt. Dat is zelden iemands fout. Eigendomsverhoudingen op een sportpark zijn over decennia gegroeid via erfpacht, opstalrechten, schenkingen en zelfbouw door vrijwilligers, en er is nooit een moment geweest waarop iemand dat in één overzicht heeft gezet.
Wij maken dat overzicht daarom voordat het hek opengaat, en niet erna. Dat kost meestal een paar dagen archiefwerk en het bepaalt of openstelling een besluit is of een gok.
Overweeg je openstelling en wil je weten wat dat vraagt aan beheer, eigendom en afspraken? Wij van Sportgrond zorgen dat die vragen op tafel liggen voordat er een toezegging wordt gedaan.
