Veel sportlocaties staan een groot deel van de week leeg, terwijl er op populaire trainingsavonden onvoldoende capaciteit is. De Rijksoverheid noemt dit beperkte gebruik van de sportinfrastructuur expliciet als maatschappelijk vraagstuk (Rijksoverheid, 2024).
Het lastige is dat beide waarnemingen tegelijk waar zijn. Een gemeente ziet een bezettingsrapport met ruimte over. Een trainer ziet dat zijn team op dinsdagavond al maanden geen veld krijgt. Geen van beiden heeft ongelijk.
Wat een gemiddelde verbergt
De cijfers maken zichtbaar hoe groot dat verschil is. De gemiddelde jaarbezetting van gemeentelijke sporthallen ligt rond de 37 procent, en rond de 45 procent als feest- en vakantiedagen buiten beschouwing blijven (Mulier Instituut, 2020). Dat oogt als volop ruimte.
Diezelfde hallen komen in de wintermaanden op doordeweekse avonden tussen 18.00 en 22.00 uur boven de 80 procent bezetting uit (Mulier Instituut, 2020). Het jaargemiddelde verhult dus precies het moment waarop het ertoe doet.
Bij buitensport werkt het niet anders. Een sportpark kan gemiddeld onderbenut zijn en op dinsdag- en donderdagavond volledig vastlopen.
Waar je wel naar moet kijken
Om dit te beoordelen heb je vijf dingen nodig: bezetting per dag en per uur, het verschil tussen piek- en daluren, trainings- tegenover wedstrijdgebruik, seizoensinvloeden, en het feitelijke gebruik in plaats van alleen de reserveringen.
Dat laatste wordt het vaakst overgeslagen en levert de grootste verrassingen op. Een gereserveerd uur is niet hetzelfde als een gebruikt uur. Verenigingen reserveren vaak ruimer dan nodig, uit gewoonte of uit zekerheid, en dat verschil komt niet in een rapport terug.
Wil je eerst zelf zien hoeveel uur je sportpark werkelijk actief en stil is? De Benuttingscheck maakt dat in enkele minuten zichtbaar.
Wat dat betekent voor de oplossing
Onderbenutting en capaciteitsdruk kunnen dus naast elkaar bestaan op hetzelfde terrein. Dat maakt uitbreiding zelden het juiste antwoord op piekdruk alleen.
De winst zit meestal in herprogrammeren: andere gebruikers aantrekken op de momenten dat de accommodatie nu leeg staat, en waar mogelijk piekmomenten spreiden. Dat kost geen vierkante meter en levert wel ruimte op.
Wat wij hierbij zien
Wij komen op sportparken waar een uitbreidingsvraag al bestuurlijk in gang is gezet, terwijl niemand het feitelijke gebruik per dagdeel in beeld heeft. De vraag om een extra veld is dan oprecht gemeend, en toch gebaseerd op een cijfer dat het probleem niet meet.
Daarom brengen wij bezetting altijd per dag en per uur in kaart voordat er over uitbreiding wordt gesproken. Soms bevestigt dat de vraag. Vaker verschuift hij.
Wil je weten hoe de werkelijke bezetting van je sportpark eruitziet, los van het gemiddelde? Wij van Sportgrond brengen dat graag scherp in beeld. De sleutel zit vaak in een betere sportpark exploitatie via slimme programmering van de daluren.
Het park met de hoogste bezetting is niet het best benutte park
