Een sportpark wordt beoordeeld op cijfers die zich makkelijk laten tellen: aantal velden, bezettingsgraad, exploitatiesaldo, aantal leden. Wat een sportpark voor de wijk eromheen betekent, staat in geen van die kolommen. Dat maakt die waarde niet minder echt, maar wel kwetsbaar op het moment dat er bezuinigd of geinvesteerd moet worden.
De opdracht ligt beleidsmatig al vast
Sport en bewegen worden in het Gezond en Actief Leven Akkoord expliciet ingezet om de sociale basis te versterken. Samen bewegen brengt mensen in contact, levert vriendschappen op en kan gevoelens van eenzaamheid verkleinen (Movisie, 2024). Voor gemeenten is dat geen vrijblijvende ambitie: eenzaamheid, sociale samenhang en vrijwillige inzet vallen binnen het GALA onder hetzelfde thema, met bijbehorende beleidsvisie en middelen.
Een sportpark is daarmee niet alleen een sportvoorziening in de gemeentelijke boekhouding, maar ook een plek waar een deel van die sociale opgave feitelijk landt. Verenigingen doen in de praktijk vaak meer dan sport: ze vangen leden op die de contributie niet kunnen betalen, bieden dagbesteding en werkervaringsplekken, en fungeren als ontmoetingsplek voor buurtbewoners die zelf niet sporten (Movisie, 2024).
Wat een impactcijfer wel en niet zegt
Voetbalvereniging ATC'65 in Hengelo maakte die waarde zichtbaar. De club opende het complex overdag voor de wijk Slangenbeek, onder de naam Ontmoetingspark Slangenbeek, met beweegactiviteiten, wijklunches en samenwerking met een huisartsen- en fysiotherapiepraktijk. Een impactmeting kwam voor de vereniging en het ontmoetingspark samen uit op bijna 1,8 miljoen euro aan maatschappelijke waarde per jaar (Ontmoetingspark Slangenbeek, 2026).
Bij dat bedrag horen drie kanttekeningen. De club publiceert het zelf, dus het is geen onafhankelijke bron. De meting komt uit de Social Handprint-methodiek, toegepast in een landelijk impactonderzoek dat RVVB en Impct Agency uitvoerden in opdracht van de Grote Clubactie, partijen met een belang bij een hoge uitkomst. En op die methodiek is stevige kritiek geuit: negatieve effecten zoals blessurekosten blijven buiten beschouwing en de berekening is voor buitenstaanders niet navolgbaar (Sport Knowhow XL, 2026). In verschillende publicaties circuleren bovendien afwijkende bedragen voor dezelfde club.
Dat maakt het voorbeeld niet waardeloos, maar wel iets anders dan een bewijs. Wat ATC'65 laat zien is niet dat een sportpark 1,8 miljoen euro waard is, maar dat een complex dat overdag leegstaat een reele reserve is, en dat een vereniging die reserve kan benutten zodra iemand het organiseert. Dat inzicht houdt stand, ook zonder het bedrag erbij. Een gemeente die zo'n cijfer in een raadsvoorstel gebruikt, kan er beter bij vertellen hoe het tot stand is gekomen.
Wat ons hierin opvalt
Wij komen op sportparken waar de maatschappelijke ambitie in de beleidsnota staat en in het inrichtingsplan nergens terugkomt. Het park is dan ontworpen op wedstrijddagen, met parkeerplaatsen, hekken en clubgebonden ruimtes, en de wijk komt er alleen op af als er een toernooi is. Dat is zelden iemands fout. De sportafdeling rekent in velden en tarieven, het sociaal domein rekent in programma's en deelnemers, en er is meestal geen moment waarop die twee dezelfde tekening bekijken.
Wij brengen die twee vragen daarom in hetzelfde gesprek: wat heeft deze wijk nodig, en wat kan deze locatie fysiek en organisatorisch aan. Dat levert soms een bescheiden uitkomst op, bijvoorbeeld dat een kantine overdag open kan zodra het beheer is geregeld. Voor programma's rond zorg en welzijn schuiven de organisaties aan die daarin thuis zijn.
Wat er daarnaast nodig is om een park werkelijk toegankelijk te maken, staat in Een open hek maakt nog geen maatschappelijk sportpark.
Een open hek maakt nog geen maatschappelijk Sportpark
Voor een gemeente betekent dit dat de vraag wat de wijk nodig heeft van dit sportpark net zo vroeg op tabel hoort als de vraag naar gebruik en exploitatie. Achteraf toevoegen kost meestal meer en levert minder op. Speelt die vraag bij een van jullie locaties? Wij van Sportgrond brengen de wijkvraag en de exploitatievraag in hetzelfde gesprek.
Maatschappelijke waarde ontstaat niet vanzelf, ook niet bij een vol Sportpark
