Een gemeente die haar sportparken tegen het licht houdt, begint bijna altijd met een inventarisatie. Wat ligt er, hoe oud is het, wie is eigenaar, welke ondergrond. Dat wordt uitbesteed, kost een paar weken en levert een rapport op met een tabel voorin.
Vaak had die tabel er al kunnen liggen.
Wat er landelijk is vastgelegd
Het Mulier Instituut beheert een databestand met ongeveer 22.000 sportaccommodaties, gesubsidieerd door VWS. Per voorziening staan de sporten die er te beoefenen zijn, de omlijning van het terrein en of het binnen of buiten is. Daarnaast eigendom, exploitant, energielabel en soort ondergrond; bij een voetbalveld dus natuurgras of kunstgras.
Het bestand wordt continu bijgewerkt op basis van gegevens van gemeenten en sportbonden, de Basisregistratie Adressen en Gebouwen, OpenStreetMap en luchtfoto's. Recent zijn padel en boulderen toegevoegd, en kenmerken over toegankelijkheid. Het is open data; gebruik is toegestaan zolang je ernaar verwijst.
Wat je eraan hebt en wat niet
Het bruikbaarst is de vergelijking met je eigen administratie. Waar die twee niet overeenkomen, is meestal iets veranderd zonder dat het is doorgegeven: een veld omgebouwd, een gebouw overgedragen, een exploitant gewisseld. Dat verschil vinden kost een uur en het scheelt een verkeerde aanname in een raadsvoorstel.
Het energielabel per accommodatie is een tweede. Dat is een vertrekpunt voor een verduurzamingsgesprek dat anders begint bij een inventarisatie die nog moet worden uitbesteed.
Wat er niet in staat is hoe de accommodatie wordt gebruikt. Bezetting, piekmomenten, welke uren leeg blijven: dat komt uit verhuuroverzichten, en die liggen bij de gemeente zelf of bij de verenigingen. Voor de meeste vragen die er werkelijk toe doen, is dat het bestand dat telt.
Waarom een halve dag zelden wordt ingepland
Wij komen op sportparken waar het gesprek over uitbreiding al maanden loopt en waar niemand heeft opgezocht wat er feitelijk geregistreerd staat, laat staan wat de verhuurcijfers zeggen. De aanname over wat er ligt komt uit het geheugen van de betrokkenen, en die herinnering is vaak jaren oud. Dat is zelden iemands fout. Er bestaat geen afdeling wier taak het is om die bestanden naast elkaar te leggen, en zolang niemand ernaar vraagt, staat het op niemands lijst.
Wij beginnen daarom met die halve dag: wat staat er landelijk geregistreerd, wat staat er in de eigen administratie, en wat zeggen de verhuuroverzichten. Pas als die drie op één blad staan, is een gesprek over investeren zinvol.
Ga je binnenkort iets laten uitzoeken over je sportaccommodaties? Wij van Sportgrond kijken graag eerst wat er al ligt, want dat scheelt vaak de helft van de opdracht.
Waarom losse cijfers tot verkeerde investeringsbeslissingen leiden
