Blog

Wie betaalt de vernieuwing van je Sportpark? Vaker een mix dan je denkt

Door Natasja Heijink

Financiering van sportparkontwikkeling: een sportpark in aanbouw met bouwkranen, een nieuwe tribune en een parkeergarage

In juli 2023 ging de gemeenteraad van Hilversum uit van 45 miljoen euro investeringskosten voor een nieuw multifunctioneel sportcomplex, op prijspeil 2022. Twee jaar later, in september 2025, lag er een uitgewerkt plan met een prijskaartje van 84 miljoen euro: 72 miljoen voor het sportcomplex en 12 miljoen voor de bijbehorende parkeergarage (Gemeente Hilversum, 2025). Dat is geen ontsporing. Het is wat er gebeurt als een globaal programma wordt uitgewerkt tot een programma van eisen.

Waarom het eerste bedrag zelden het laatste is

Een eerste raming hoort bij een globaal programma: een zwembad, een sporthal, wat lokalen. Een programma van eisen legt vast wat er precies moet komen, voor wie, met hoeveel gebruikers, welke ruimtes, welke technische eisen en welke inpassing. In Hilversum kwamen daar een derde sporthal met zes lokalen voor bewegingsonderwijs bij, een indoor atletiekbaan, en een ondergrondse parkeergarage die rechtstreeks volgt uit het stedenbouwkundig plan, waarin is vastgelegd dat elke kavel op dat sportpark een eigen ondergrondse parkeervoorziening krijgt (Gemeente Hilversum, 2025). Elk onderdeel is op zichzelf verdedigbaar. Samen bijna verdubbelen ze het bedrag.

Voor een raad betekent dat iets ongemakkelijks. Het bedrag waarover uiteindelijk wordt besloten, hoort bij een plan dat op het eerste besluitmoment nog niet bestond. Wie dat vooraf niet benoemt, krijgt achteraf het verwijt van een kostenoverschrijding, terwijl er iets anders aan de hand is.

Waar het geld vandaan komt

Zo'n bedrag komt zelden uit een bron. In Hilversum lopen er meerdere lijnen door elkaar. De gemeente nam de financiering in november 2025 op in de programmabegroting 2026. Voor de zes lokalen bewegingsonderwijs is ruim 10 miljoen euro voorzien via het Integraal Huisvestingsplan onderwijs, dus vanuit een ander beleidsveld met een eigen besluitvorming. De parkeergarage krijgt een eigen exploitatie met een parkeertarief. En beheer en exploitatie van het complex worden via een aanbesteding bij een professionele sportorganisatie belegd, waarbij de raad expliciet vroeg om ook maatschappelijke exploitatievormen te onderzoeken (Gemeente Hilversum, 2025).

Dat patroon komt breder terug: gemeentelijke investering voor het maatschappelijke deel, cofinanciering vanuit onderwijs of zorg als die functies meegaan, provinciale of rijksbijdragen bij regionale ambities, en waar mogelijk een aanvullend verdienmodel zoals parkeren of verhuur. Let wel: een verdienmodel verlaagt de exploitatielast, niet de investering. In Hilversum is vooraf vastgelegd dat zowel het sportcomplex als de garage een nadelig exploitatiesaldo heeft dat apart gedekt moet worden (Gemeente Hilversum, 2025).

De volgorde bepaalt het bedrag

De financieringsvraag is dus geen sluitstuk maar een uitkomst. Wat een sportpark moet worden, voor wie en met welke functies, bepaalt welke bronnen uberhaupt in beeld komen: zonder onderwijsfunctie geen onderwijsgeld, zonder regionale functie geen provinciale bijdrage, zonder ondergrondse parkeervoorziening geen parkeerexploitatie. Wie eerst een bedrag noemt en daarna een programma zoekt dat erin past, komt bijna altijd bedrogen uit. Financieel specialisten en vastgoedadviseurs werken het model daarna uit, maar zij hebben daarvoor wel een vastgestelde richting nodig.

Waar wij in dit soort trajecten op sturen

Wij komen op sportparken waar het gesprek over financiering begint voordat het gesprek over de opgave is afgerond. Er ligt dan een bedrag uit een eerdere begroting, het programma wordt daaraan aangepast tot het past, en bij de uitwerking gaat het alsnog omhoog. Dat is zelden iemands fout. Een gemeentelijke begroting vraagt om een getal op een moment dat het plan nog niet af is, en dat getal blijft daarna hangen als belofte.

Wij zorgen daarom dat de ontwikkelrichting en het functionele programma vastliggen voordat het financieringsmodel wordt uitgewerkt, inclusief een expliciete uitspraak over wat er nog niet is meegerekend. Dan is een latere bijstelling geen verrassing maar een voorziene stap, en dat scheelt bestuurlijk vertrouwen.

Bij een financieringsvraag geldt hetzelfde als bij een tekort: eerst helder krijgen wat er nodig is en waarom, en pas daarna een bedrag of een financieringsvorm eraan koppelen. Overweeg je als gemeente een grotere ontwikkeling en wil je eerst de richting scherp hebben? Wij van Sportgrond denken hier graag over mee.

Een exploitatietekort is niet automatisch een subsidievraagstuk

Lees meer over onze aanpak

Neem contact op