Blog

Een exploitatietekort is niet automatisch een subsidievraagstuk

Natasja

Exploitatietekort bij een sportpark: een bestuurder bestudeert met een vergrootglas een exploitatieoverzicht, met uitzicht op een leeg sportveld

Een penningmeester van een vereniging belde mij laatst met een simpele vraag: "Kunnen jullie helpen om onze subsidie omhoog te krijgen?" Het gesprek dat daarop volgde ging uiteindelijk nergens over subsidie, maar over waarom hun kantine al jaren alleen op zaterdagmiddag open was. Dat is precies het patroon dat ik steeds weer tegenkom: wanneer een vereniging of Sportpark structureel geld tekortkomt, gaat het gesprek vaak snel dezelfde kant op, meer gemeentelijke subsidie, hogere contributie, of bezuinigen op onderhoud. Een begrijpelijke reflex, een exploitatietekort voelt urgent, en subsidie is de meest voor de hand liggende knop om aan te draaien.

Toch is een exploitatietekort een signaal, nog geen diagnose. Voordat je bepaalt hoe je het oplost, moet eerst helder zijn waar het vandaan komt.

Het financiële belang hiervan is niet gering. Nederlandse gemeenten gaven in 2024 netto circa 1,4 miljard euro uit aan sport, waarvan ongeveer driekwart naar sportaccommodaties ging (Mulier Instituut, Monitor sportuitgaven gemeenten 2024, gebaseerd op CBS Iv3-gegevens). Accommodatie-exploitatie is dus een groot en structureel onderdeel van gemeentelijke sportuitgaven. Dat betekent niet dat deze uitgaven te hoog of ondoelmatig zijn, maar het maakt wel duidelijk waarom ik het de moeite waard vind om precies te weten waar een tekort vandaan komt voordat er extra geld bij komt.

Een tekort kan namelijk uit heel verschillende dingen ontstaan. Gebouwen of velden die veel uren ongebruikt blijven. Hoge energie- en onderhoudskosten. Versnipperd beheer met dubbele voorzieningen. Ongunstige huur-, eigendoms- of beheerafspraken. Een scheve verdeling van ruimte en kosten tussen verenigingen op hetzelfde Sportpark. Weinig gebruikers buiten trainingsavonden en weekenden. Onvoldoende professionele capaciteit om nieuwe activiteiten te organiseren. Verouderde accommodaties die steeds duurder worden om in stand te houden. Of maatschappelijke ambities waarvoor nooit een structureel uitvoeringsmodel is ingericht. Niet elk van deze oorzaken verdwijnt met extra subsidie, en die penningmeester met de lege kantine merkte dat ook: hun probleem zat niet in te weinig subsidie, maar in te weinig gebruik.

Dit is precies waarom ik bij Sportgrond werk met het begrip onbenutte exploitatiepotentie: inkomsten, besparingen en maatschappelijke waarde die binnen een bestaand Sportpark nog niet worden geactiveerd. Denk aan gebruik door scholen, kinderopvang, zorg, welzijn of buurtorganisaties. Verhuur van vergader-, kantine- of buitenruimte op dalmomenten. Gezamenlijk beheer of gezamenlijke inkoop tussen verenigingen. Het delen van ruimten en voorzieningen. Programmering overdag, wanneer een Sportpark nu vaak leeg staat. Ik beloof daarbij niet dat ieder Sportpark zichzelf financieel kan terugverdienen, en al helemaal niet dat elke lege ruimte zomaar commercieel verhuurbaar is. Dat verschilt per situatie. Precies dat vormt de kern van wat ik onder Sportpark exploitatie versta: ruimte, gebruik en geld in samenhang bekijken.

Belangrijk om helder te zijn: dit is geen pleidooi tegen subsidie. Subsidie kan terecht en noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld voor toegankelijkheid en betaalbaarheid, voor maatschappelijke functies die nooit kostendekkend kunnen worden uitgevoerd, voor achterstallige investeringen, voor een overgangsperiode waarin een nieuw exploitatiemodel wordt opgebouwd, of voor publieke waarde die zich niet volledig in inkomsten laat uitdrukken. De boodschap is dus niet minder subsidie als doel. De boodschap is beter onderbouwen welke ondersteuning nodig is, waarvoor die wordt ingezet, en welk deel van het probleem op een andere manier kan worden aangepakt.

Bij Sportgrond ontleden we daarom eerst de exploitatie voordat we naar een oplossing toe werken, zoals ook te zien is in onze aanpak.

Bekijk onze aanpak

Waar ontstaat het tekort precies? Welke kosten zijn onvermijdelijk, en welke kunnen slimmer worden georganiseerd? Welke inkomsten of besparingen blijven onbenut? Welke maatschappelijke ambities vragen om structurele financiering, ongeacht hoe efficiënt een Sportpark verder wordt georganiseerd? En welke rol horen gemeente, verenigingen en andere gebruikers daarbij te vervullen? Dat sluit direct aan op wat ik eerder schreef in Sportparken onder druk: structurele subsidie is zelden een eindeloos toekomstbestendige oplossing, maar het is ook nooit het enige antwoord dat nodig is.

Lees meer over onze aanpak

Heeft uw Sportpark te maken met een structureel exploitatietekort en wilt u weten wat daar werkelijk achter zit? Wij van Sportgrond brengen graag samen met u in kaart welke ondersteuning nodig is en waar nog onbenutte exploitatiepotentie ligt.

Neem contact op

Wie betaalt de vernieuwing van uw Sportpark? Vaker een mix dan u denkt