Blog

Toegankelijkheid van je sportaccommodaties: klachten zeggen weinig

Door Natasja Heijink

Toegankelijkheid van een sportpark: iemand in een rolstoel neemt de helling naast de trap, met een gehandicaptenparkeerplaats ernaast

Vijfenveertig procent van de beleidsambtenaren sport geeft aan nooit klachten te ontvangen over de toegankelijkheid van sportaccommodaties. Bijna veertig procent is ervan overtuigd dat de accommodaties in de eigen gemeente al voldoende toegankelijk zijn (Mulier Instituut, factsheet 2024/53).

Zet daar een ander cijfer naast en het beeld kantelt. Ruim een derde, vijfendertig procent, heeft geen zicht op de mate waarin de gemeentelijke sportaccommodaties toegankelijk zijn. Bij gemeenten met minder dan 25.000 inwoners loopt dat op tot zevenenveertig procent.

Geen klachten is geen meting

Die twee cijfers samen leveren een ongemakkelijke mogelijkheid op. Als je geen zicht hebt, en je krijgt geen klachten, dan lijkt het goed te gaan. Maar wie een accommodatie niet in komt, komt ook niet klagen bij de balie van diezelfde accommodatie.

Van de ambtenaren die er wel zicht op houden, doet eenentwintig procent dat door een accommodatie te laten schouwen door inwoners met een beperking, en negentien procent door een externe partij een meting te laten uitvoeren. Tien procent van de gemeenten heeft een meldpunt voor klachten.

Dat laatste getal is het interessantst. In negentig procent van de gemeenten bestaat geen plek waar een klacht terecht kan. Dat "we krijgen nooit klachten" is dan geen geruststellend signaal maar een logisch gevolg.

Wat er wettelijk wel en niet geldt

Hier past een correctie op een veelgehoorde aanname. Er is nog geen wettelijke verplichting om gebouwen, waaronder sportaccommodaties, toegankelijk te maken voor mensen met een beperking. Alleen bepaalde vormen van nieuwbouw en het openbaar vervoer moeten gedeeltelijk fysiek toegankelijk zijn.

De hoop was gevestigd op NEN 9120, de norm voor toegankelijkheid van gebouwen. Die is sinds februari 2025 gepubliceerd als definitieve norm en kan worden gebruikt bij nieuwbouw, verbouw, renovatie en beheer; dit betekent niet dat toepassing automatisch wettelijk verplicht is. De uitgangspunten uit het VN-verdrag Handicap, dat Nederland in 2016 ratificeerde, zijn daarmee nog niet in Nederlandse wetgeving verankerd (Mulier Instituut, 2024).

Daar zit een effect aan vast dat voor gemeenten als opdrachtgever direct relevant is. De voorzitter van de normcommissie Toegankelijkheid van Gebouwen wijst erop dat het niet verplicht stellen van de norm ertoe kan leiden dat architecten die toegankelijkheid wel meenemen aanbestedingen verliezen, omdat ze duurder uitkomen dan partijen die het weglaten. Dat creeert een prikkel om toegankelijkheid dan maar niet mee te nemen (Nieuwsuur, 2024, via Mulier Instituut).

Wie als gemeente niets voorschrijft, kiest dus niet neutraal. Wie het wel voorschrijft, moet er in de aanbesteding ruimte voor maken.

Beleid is er vaker dan je denkt, alleen niet op papier

Iets meer dan de helft van de gemeenten, vierenvijftig procent, heeft beleidsdoelstellingen over de toegankelijkheid van sportaccommodaties. Maar ongeveer een kwart daarvan heeft dat beleid niet schriftelijk vastgelegd (Mulier Instituut, 2024).

Dat is precies het soort beleid dat verdwijnt zodra de betrokken ambtenaar van functie wisselt. En het verklaart waarom de intentie in veel gemeenten wel bestaat terwijl er in de uitvraag voor een renovatie niets over terug te vinden is.

Wat je niet ziet als je niet kijkt

Wij komen op sportparken waar de gemeente ervan uitgaat dat het wel goed zit, omdat er nooit iets over is gezegd. Bij navraag blijkt er geen schouw te zijn gedaan, geen meldpunt te bestaan en geen gebruiker met een beperking te zijn gesproken. De aanname rust op de afwezigheid van signalen. Dat is zelden iemands fout. Beleidsambtenaren sport houden zich meestal meer bezig met de organisatorische dan met de ruimtelijke kant van sport, en de collega's die de richtlijnen kennen zitten in het ruimtelijk domein; de kennis is er dus wel, alleen niet aan dezelfde tafel.

Wij nemen toegankelijkheid daarom mee als vaste vraag bij elke ontwikkelrichting, niet als aparte paragraaf: kan iemand met een rolstoel bij de kantine komen, zijn de kleedruimtes bruikbaar, en is dat ooit door iemand getoetst die het aan den lijve ondervindt. Voor de technische toetsing zelf schakelen we specialisten in; wat wij bepalen is dat de vraag op tafel komt voordat de uitvraag de deur uit gaat.

Voor een gemeente is de bruikbaarste stap daarom niet meteen investeren, maar eerst weten waar je staat. Een schouw met ervaringsdeskundigen kost weinig en levert een lijst op die je jaren gebruikt. Staat er bij jullie een renovatie of nieuwbouw op de rol? Wij van Sportgrond zorgen dat deze vraag in de uitvraag staat, want daarna is hij duur.

Een open hek maakt nog geen maatschappelijk Sportpark

Lees meer over onze aanpak

Neem contact op