Het aantal Nederlandse sportverenigingen daalde tussen 2000 en 2023 met ongeveer 7 procent, van circa 28.000 naar bijna 26.000 (Mulier Instituut, 2024).
Tegelijk nam het aantal unieke leden van sportclubs in 2024 toe met ongeveer 32.000 personen, en groeide het totale aantal lidmaatschappen met ongeveer 68.000 (NOC*NSF, 2025). Dat verschil tussen leden en lidmaatschappen komt doordat meer mensen bij meerdere clubs actief zijn.
Beide cijfers kloppen. Minder verenigingen betekent dus niet minder sporters.
Wat er wel verandert
Sport organiseert zich anders. Sommige clubs fuseren of stoppen, terwijl andere juist hard groeien en nieuwe leden nauwelijks meer kunnen opvangen.
Dat maakt de uitspraak "sportverenigingen verliezen leden" als algemene conclusie onhoudbaar. Preciezer is: de ontwikkeling verschilt sterk per sport, leeftijdsgroep, vereniging en regio.
Waarom dat direct je sportpark raakt
Op een locatie met meerdere verenigingen kan de ene club krimpen terwijl de andere een wachtlijst heeft. Op parkniveau lijkt er dan niets aan de hand, want het totaal blijft stabiel.
De vraag is dan niet of het park groter of kleiner moet, maar of de verdeling van ruimte en uren nog past bij wie er nu speelt. Die verdeling is vaak jaren geleden vastgelegd en sindsdien niet herzien.
Wat wij hierin zien
Wij komen op sportparken waar de urenverdeling tussen verenigingen al meer dan tien jaar ongewijzigd is, terwijl de ledenaantallen in die periode flink zijn verschoven. Niemand heeft daar een fout gemaakt: er is simpelweg nooit een moment geweest waarop iemand de verdeling opnieuw tegen het licht hield.
Daarom kijken wij eerst naar de verdeling voordat we naar de omvang van een park kijken. In een deel van de gevallen is er geen ruimtevraag, maar een verdelingsvraag.
Herken je dit contrast op je eigen sportpark? Wij van Sportgrond kijken graag mee naar wat het voor jouw situatie betekent.
Een fusie tussen sportverenigingen loopt zelden vast op het veld
