Een wethouder vroeg mij onlangs doodleuk: "Hoeveel velden hebben we eigenlijk nodig?" Een logische vraag, en meestal de eerste die wordt gesteld zodra een gemeente of vereniging over capaciteit begint. Maar terwijl we samen door de situatie gingen, merkte ik weer hoe vaak dit de verkeerde vraag is om mee te beginnen. Een veld op een plattegrond of in een normberekening is namelijk niet automatisch een veld dat volledig bruikbaar is. Een vrij veld is nog geen beschikbare sportcapaciteit.
Velden tellen alleen is om een aantal herkenbare redenen onvoldoende. Een veld zonder verlichting kan niet op elke avond worden gebruikt. Een extra team kan niet starten zonder trainer, hoe groot het veld ook is. Velden kunnen overdag leeg staan en op dinsdagavond volledig bezet zijn. Extra wedstrijden zijn niet mogelijk bij onvoldoende kleedkamers. Een natuurgrasveld kan niet onbeperkt worden belast zonder aan kwaliteit in te boeten. En een reservering in het systeem zegt niet automatisch dat een veld ook werkelijk wordt gebruikt. Elk van deze oorzaken vraagt om een andere oplossing, en dat is precies waarom ik capaciteit nooit als één getal behandel.
Hoeveel velden of ruimte een Sportpark nodig heeft, volgt bij ons uit de vraagstukken rond gebruik, bezetting en programmering. Sporttechnische beoordelingen (belastbaarheid van een veld, drainage, verlichtingsnormen) en functionele berekeningen (bouwkosten, verkeerskundige onderzoeken) laten we over aan specialisten, die we er zelf bij betrekken zodra dat nodig is.
Waar wij goed in zijn: herkennen dat een capaciteitsvraag zelden bij het aantal velden alleen zit. Als een vereniging vraagt om een extra padelbaan, is de eerste vraag die wij stellen niet "past dit qua bouwkosten of ondergrond" (dat is voor de specialist), maar "past dit in het huidige gebruik en de programmering van dit Sportpark, is er ruimte in de planning en het draagvlak ervoor". Dat is een heel andere, meer organisatorische vraag dan een technische, en juist die vraag wordt in de praktijk vaak overgeslagen.
Dat capaciteit meer is dan velden alleen, zie ik ook terug in onderzoek. Uit cijfers van het Mulier Instituut uit 2025 had 12 procent van de Nederlandse sportverenigingen een wachtlijst of ledenstop (Mulier Instituut, 2025). Bijna twee derde van deze verenigingen noemde een ervaren ruimtetekort, maar ook onvoldoende trainers, coaches of ander kader speelden een rol, net als financiële beperkingen en de bewuste keuze om niet verder te groeien. De vraag of capaciteit ontbreekt, kan dus niet uitsluitend worden beantwoord door naar de velden te kijken, of door alleen een technische berekening te laten maken. Ik schreef hier eerder specifiek over in Een wachtlijst is geen volledige diagnose.
Een wachtlijst is geen volledige diagnose
Dat betekent niet dat landelijke normen en rekenmodellen hun waarde verliezen. Ze zijn nodig voor een objectief vertrekpunt en helpen bij vergelijking en toekomstprognoses. Maar ze moeten wel worden aangevuld met lokale gegevens: feitelijk gebruik, kwaliteit, organisatie en voorzieningen bepalen uiteindelijk wat er lokaal werkelijk mogelijk is. De norm is het vertrekpunt van het onderzoek, niet automatisch het eindbesluit.
Een verkeerde diagnose leidt bovendien tot een verkeerde investering, en dat zie ik regelmatig misgaan. Een extra veld lost geen trainerstekort op. Extra kleedkamers lossen geen slechte planning op. Betere planning lost een versleten veld niet op. En langere openingstijden lossen geen gebrek aan beheer op. Dat betekent niet dat fysieke uitbreiding meestal onnodig is, soms is dat wel degelijk de juiste oplossing, door een specialist uit te werken. Maar eerst moet vaststaan waar de werkelijke beperking zit: bij het gebruik, de organisatie of het draagvlak, vóórdat een technisch onderzoek wordt uitgezet.
Wie alleen velden telt, ziet dus maar één deel van het Sportpark. Wie gebruik, organisatie, draagvlak en piekmomenten samen onderzoekt, en waar nodig specialisten laat rekenen, ziet waar de werkelijke ontwikkelopgave ligt.
Wilt u weten waar de capaciteit van uw Sportpark werkelijk vastloopt, en welke vervolgstap daarbij past? Wij van Sportgrond brengen dat graag met u in kaart, en schakelen waar nodig de juiste specialist erbij. Dit kan desgewenst uitmonden in een concrete Sportparkvisie voor uw locatie.

